Een modern sprookje

De zingende kerstboomIn een klein dorpje in de bergen ergens  hier ver vandaan woonde een klein meisje. Het was een mooi meisje met lange, blonde krullen en heldere, blauwe ogen. Ze heette Ster, omdat  haar moeder zo van sterren hield. Ster was de dochter van de  schoenmaker van het kleine dorpje in de bergen. Het gezin van de  schoenmaker had het niet breed en het moest elk dubbeltje omdraaien  om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Toch was het een gelukkig
gezinnetje.

Totdat op een nare dag moeder kou vatte en heel ziek werd. Ster waakte dag en nacht aan het ziekbed van haar moeder, terwijl haar vader zoveel schoenen repareerde dat het leek of  het hele dorp op nieuwe schoenen liep, om de dokter maar te kunnen betalen. Maar de dokter kon niets doen.

Inmiddels naderde het einde van het  jaar. Het werd kouder en het kleine dorpje verdween langzamerhand
onder een dikke laag sneeuw.

Ster wilde heel graag naar buiten. Ze moest wachten tot haar moeder eindelijk in slaap viel en niet meer
wild lag te woelen. Toen pakte ze haar jas, haar muts, haar dikke sjaal, haar warme handschoenen, een schep en een slee. Zo uitgerust en ingepakt trok ze erop uit. Ze trok haar slee voort en liep richting het bos. Ze wilde voor haar moeder een mooie kerstboom halen. Dan zou ze hem mooi versieren met lichtjes en ballen, zodat haar moeder ergens naar kon kijken nu ze de hele dag in bed lag.

Na uren lopen en zoeken in de kou had Ster nog geen mooie kerstboom gevonden. De dennebomen waren of te
groot, of te lelijk of te klein. Bijna had ze uit vermoeidheid de moed opgegeven, toen ze in de verte lieflijke muziek hoorde. Snel liep ze in de richting van het geluid. Ze kwam uit bij een open plek in het bos. Rondom stonden reusachtige dennebomen. Precies in het midden van de open plek stond de mooiste denneboom die Ster ooit had
gezien. Het leek net of hij licht gaf en het vreemde was dat het net leek of hij zong! Voorzichtig liep Ster op de boom af. Toen ze hem op een meter genaderd was, hield de boom op met zingen.

“Hallo meisje, wat doe jij zo diep in het bos?”
Van schrik kon Ster even niets zeggen. Een pratende denneboom, dat kon toch helemaal niet?
“Ik wil een kerstboom voor mijn moeder, want ze is heel ziek,” zei Ster aarzelend.
“Ik wil met de kerst best graag binnen zijn, lekker warm. Maar daarna wil ik wel weer graag hierheen,
want dit is mijn thuis, waar ik lekker de hele dag kan zingen.”

Blij begon Ster de denneboom uit te graven. Af en toe stootte ze op een wortel en riep de boom ‘au’
midden in zijn liedje. Maar het ging best goed. Toen Ster klaar was en zij de boom op haar slee gelegd had, was de boom stil. Snel rende Ster naar huis.

Ze zette de boom in de kamer van haar moeder in een grote pot. Ze gaf hem water en hing lichtjes in de
boom. Haar moeder keek blij naar de boom, maar Ster was verdrietig, want de boom zong niet meer.

Een paar avonden later was het kerstavond en de boom had nog niets van zich laten horen. Haar ouders
hadden Ster uitgelachen toen ze vertelde dat de boom kon zingen. Dat had haar heel verdrietig gemaakt.

Nu lagen er een paar kleine pakjes onder de boom en zongen vader, moeder en Ster kerstliedjes bij de
boom, voordat ze de pakjes gingen verdelen. Terwijl ze allemaal hun pakjes uitpakten leek het steeds lichter te worden in de kamer. Toen de familie klaar was met uitpakken en een gelukkige blik op de kerstboom wierp, ging hij zomaar zingen. De denneboom had in heel zijn bomenleven nog nooit zo mooi gezongen. In stilte keek het gezin
van de schoenmaker naar dit wonder. Moeder veegde stiekem wat tranen van haar wangen.

Nadat de boom uitgezongen was gingen ze allemaal slapen. De volgende dag voelde moeder zich al een stuk
beter. De boom bleef nog een hele week voor moeder zingen, totdat ze helemaal beter was. Toen verklaarde hij dat hij weer naar huis wilde. Vader en Ster brachten de denneboom weg en de hele weg terug zongen
ze uit volle borst alle liedjes die ze maar kenden. Zo gelukkig waren
ze.

Print Friendly, PDF & Email