Als er ergens in de wereld iets mysterieus gebeurt, schrijven de mensen die nog in zulke dingen geloven dit toe aan bovennatuurlijke krachten, De meer nuchtere mensen, wat de meeste Westerse mensen zijn, mag men wel stellen, zouden echter naar een andere verklaring zoeken, die dan vaak door logisch denkwerk wordt gevonden. Toch is er soms nog een verrassende ontknoping.

De man keek op van zijn bureau waaraan hij rustig zat te werken omdat hij bruusk werd gestoord door iemand die zijn kamer binnen kwam stormen als zat de duivel hem op zijn hielen. De man die opkeek was Oscar Sullivan, een gewoon burger met een, laten we zeggen, ongewoon beroep. Hij was privédetective.

Toen hij afgestudeerd was in Engels met het vaste voornemen leraar Engels te worden, had hij nooit kunnen denken dat zijn moeder, zijn eigen moeder, daar een stokje voor zou steken. Ze deed het wel. Hoe? Heel eenvoudig. Ze duwde hem een sleutel in de hand die toegang gaf tot het kantoortje waar door de ruwe manier waarop de deur was opengegooid nu stukjes glas uit het raam van de deur op de vloer lagen.

Heel rustig merkte hij op “ Wilt u alstublieft de deur dichtdoen? Het tocht”.

De man keer of hij net wakker was geworden, stamelde een excuus en draaide zich om om aan die wens te voldoen, maar toen hij de glasscherven zag draaide hij zich weer om en begon een stortvloed aan excuses uit te spuien.

Toen Oscar met een klap op de tafel een einde maakte aan deze stortvloed zakte de man in een stoel en legde zijn hoofd in zijn handen, terwijl hij met zijn ellebogen op zijn knieën steunde.

Oscar kreeg medelijden met de man, maar verlegen met de situatie ondernam hij niets. Toen de man tegen over hem opstond zag Oscar dat hij bijna een kop groter was dan hij, De man leek nu wat rustiger. Hij rommelde in zijn zak en haalde er en een kaartje uit dat jij aan Oscar gaf. Oscar las het hardop voor

P.E. Mosley
Directeur

Oscar keek de man verbaasd aan en zei “ Meer niet, meneer Mosley?” Een flauwe glimlach verbeterde de enigszins verbeten uitdrukking op het gezicht van meneer Mosley.
“Daar wil ik het nu niet over hebben, “ zei hij verontschuldigend. “Dat is een lang verhaal en ik heb weinig tijd.” Na deze woorden zweeg hij even alsof hij een begin zocht, ,maar blijkbaar had hij dat snel gevonden, want hij ging verder “ Ik heb een zaak voor u die u misschien onwerkelijk in de oren klinkt. Gisteren toen ik op kantoor kwam , was de deur niet afgesloten hoewel ik zeker weet dat ik hem de vorige avond had afgesloten. En of dat nog niet genoeg was, lag er een mes op mijn bureau. Ik kan er niet omheen dat het een heel mooi mes was, maar de afkomst is voor mij onbekend, Omdat er veel werk lag te wachten hield ik mij niet lang met dit voorval bezig en begon met mijn werk. Toen even later de telefoon ging nam ik deze nietsvermoedend op. Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn vertelde mij dat er één verdieping onder mij een moord was gepleegd op een jong meisje, Karin Eshley.” Hier hield hij even op en keer Oscar betekenisvol aan. Karin Eshley was sinds drie weken de verloofde van Oscar, maar ze hadden door hun beider drukke werk weinig tijd voor elkaar. Oscar’s mond, normaal omschreven als een pruimenmondje, hing open als een hooischuur die wacht op een tractor die met een nieuwe lading hooi aan komt rijden. Toen Oscar zich enigszins hersteld had ging Mosley meedogenloos verder niet lettend op de detective die terug was gevallen in zijn stoel waaruit hij was opgeveerd.
“De vrouw aan de andere kant van de lijn vertelde mij verder nog dat er een politie-inspecteur naar boven zou komen om mij te ondervragen. Wat inderdaad ook gebeurde. Toen de inspecteur had plaatsgenomen herinnerde ik mij pas weer het mes dat ik hem dan ook ter onderzoek aanbood. Hij wist meteen dat dat het moorwapen was en wilde mij arresteren, maar door vol te houden dat ik hier niets van af wist liet hij me gaan. Toen ik hoorde dat u haar verloofde was dacht ik dat ik misschien wat hulp van u zou kunnen verwachten aangaande het oplossen van deze moord.”

Nu rommelde hij weer in zijn zak en haalde er dit keer een pijp en wat tabak uit en begon de pijp te stoppen en stak hem op.

Oscar probeerde weer helder te denken en na nog wat heen en weer gepraat over de aanwijzingen verliet de heer Mosley het kantoor, Oscar met een ontmoedigd gezicht achterlatend.

Na enige weken leek de zaak voorgoed afgedaan toen de politie het opgaf en zelfs Mosely niet inrekende. Maar Oscar wilde niet opgeven. Hij wilde weten wat er gebeurd was met zijn geliefde. Na veel speurwerk had hij een spoor gevonden, maar niet zeker wetend of het om een man of een vrouw ging kon hij nog niet spreken van een moordenaar of een moordenares en kwam hij niet veel verder.

Tot hij op een dag, ongeveer vier weken later, de dader kon grijpen. Hij hoefde alleen de politie in te lichten, zijn speelgoed-waterpistool te pakken en om de hoek te gaan staan in een donker steegje en te roepen “Handen omhoog!”

Terwijl hij in een koud, nat steegje stond te wachten leek het ineens allemaal niet meer zo makkelijk en hij gaf al bijna de moed op toen hij na een uur nog geen dader had gezien. Net toen hij wilde opgeven hoorde hij voetstappen. Hij sprong naar voren richtte zijn speelgoed-waterpistool en riep “Handen omhoog!” 

Op het moment dat hij zag dat zijn moeder voor hem stond zuchtte hij alleen “ Ik had het kunnen weten.”

EINDE

Natascha Gutterswijk
16 januari 1985

Print Friendly, PDF & Email