Dame: “Goed dat er hulpvaardige politie is. Misschien kan ik u mijn dankbaarheid tonen. Waarmee Kan ik u van diens zijn agent?”

Agent 1: “Mevrouw, u bent zojuist door rood gereden. Mag ik misschien uw rijbewijs en autopapieren zien?”

Dame: “Door rood gereden? Ik? Maar dat gelooft u zelf toch niet? Ik ben een eerbare oude vrouw, zoiets zou ik nooit doen.”

Agent 2: “Het spijt me, maar we hebben het beide gezien en zouden u dringend willen verzoeken uw rijbewijs te tonen.”

Dame: “Ja jongen, natuurlijk mag je mijn rijbewijs zien. Er zit alleen geen erg mooie foto op. Hij is nog van toen ik heel jong was. Maar ondanks dat, weet ik zeker dat ik niet door rood ben gereden. Ik mag dan wel oud zijn, maar ik ben nog lang niet achterlijk. Kijk,” zegt de dame, terwijl ze ontspannen tegen haar knalrode Fiat Panda leunt, “vroeger reed ik stiekem nog wel eens met mijn fiets door rood. Als er geen verkeer aankwam natuurlijk. Maar op een gegeven moment wordt je toch ouder en ga je anders over dat soort dingen denken. Dan rijd je niet zomaar meer door rood.” Deze laatste stelling onderstreept de dame door Agent 1 venijnig in zijn zij te prikken. “nee, ik zou toch wel een hele goede reden moeten hebben om door rood te rijden.”

Agent 1 wordt wat ongeduldig: “Mevrouw, het is uw woord tegen het onze. Wij hebben duidelijk gezien dat u door rood reed en wij willen u nogmaals dringend verzoeken om ons uw rijbewijs te tonen.”

Dame: “Weet je wat een goede reden zou zijn om door rood te rijden? Als je kleindochter in het ziekenhuis ligt en bijna gaat bevallen. Je kent dat wel,” zegt de dame met een olijke glimlach naar Agent 2. “Dan krijg je een telefoontje van de zenuwachtige vader van het kind dat de weeën zijn begonnen. Dam spring je als liefhebbende oma toch meteen in je auto en race je naar het ziekenhuis. Op zo’n moment zou ik ook niet op een rood stoplicht meer of minder kijken. U toch ook niet?”

Agent 2: “Maar in dit geval ligt uw kleindochter niet in het ziekenhuis en toch bent u door rood gereden.”

Dame: “Nee, natuurlijk ligt mijn kleindochter niet in het ziekenhuis. Ze is pas 12 jaar oud, dan krijg je toch nog geen baby, agent?! Maar weet u wat ook een goede reden kan zijn om door rood licht te rijden? Als je niet ziet dat het rood is, omdat je zo in gedachten verzonken bent dat je het rode stoplicht helemaal niet ziet. Dat kan zijn omdat je kat net een nest met kittens heeft geworpen en je bent nieuwsgierig hoe het met de kleintjes gaat. Of je weet dat je man een verhouding heeft met de buurvrouw en je probeert de beste manier te vinden om hem terug te pakken. Of je hebt de hele dag al het gevoel dat je iets vergeten bent, maar je weet bij God niet meer wat. Dat zijn allemaal kleine dingen van het leven die je heel even het verkeer kunnen doen vergeten.”

Agent 1 haalt moedeloos zijn schouders op en loopt terug naar de surveillancewagen. Dit wordt niets. Agent 2 laat de moed niet zo snel zakken en probeert op vriendelijk doch dringende wijze het oude dametje over te halen haar rijbewijs te laten zien, zodat hij proces-verbaal op kan maken.

Dame: “En weet u, agent, wat sowieso een geldige reden zou zijn om door rood te rijden? Als je als agent een groot crimineel op de hielen zit en je wilt hem tijdens de spannende achtervolging niet kwijt raken. Dan scheur je daar in je super-de-luxe Porsche achter een mini aan, waarin een vervaarlijk uitziende man met een vies petje op achter het stuur zit en probeert te ontkomen. Maar je bent zo…”

Onder het uitspreken van deze wartaal door de oude dame bezwijkt ook de tweede agent. Hoofdschuddend stapt hij naast zijn maat in de auto. “Laat maar.”  En de surveillancewagen vervolgt zijn weg.

De oude dame komt pijlsnel in actie, kijkt op haar horloge en springt al mopperend in haar pandaatje: “ Nou moet ik toch echt opschieten. Als ik te laat in de winkel kom zijn alle leuke koopjes allang weg. Maar toch leuk dat ik me onder die boete heb uitgepraat. Ik moet in het vervolg toch beter opletten dat er geen politie in de buurt is.”

Print Friendly, PDF & Email