Dit is het verhaal, waarin aan iedereen wordt uitgelegd wat die vreemde geluiden zijn die we ‘s nachts horen en hoe het komt dat het behang zomaar gaat bollen.

We moeten daarvoor een verre reis maken. Een reis naar het land van Oorsprong en Verklaring. In dit land heerst niet koning Logica, keizer Rede of de vorst Het-ligt-voor-de-hand. Nee, in dit land regeren Toeval en Natuur. Twee grillige wezens die te schichtig zijn om zich te laten zien.

Het is ook niet makkelijk om in het land van Oorsprong en Verklaring te komen. De reis is lang, ongemakkelijk en zeer vermoeiend. We moeten over lange, recht paden tegen de wind in lopen, dan moeten we moeizaam tegen steile hellingen op klimmen die begroeid zijn met stekelige struiken en dan moeten we een helling af die bestaat uit losse kiezelstenen met scherpe punten. Bont en blauw en vol schrammen laten we ons vermoeid neer op een deken van gras en mos, waarmee het land van Oorsprong en Verklaring begint. Dan zien we wat voor schitterend land dit is. Zover het oog strekt zien we begroeide velden en weiden afgescheiden door kabbelende beken en ruisende bomen..

Maar we hebben geen tijd om van al dit schoons te genieten. We moeten verder. We lopen naar de enige stad die dit land rijk is, Bron. In Bron heerst een levendige drukte. Boeren, burgers en buitenlui lopen elkaar voor de voeten, schelden elkaar uit en gaan daarna gezellig samen wat drinken. Alles lijkt heel vredig en op orde. We zijn op zoek naar de onderkoning van dit vreemde geheel. Eigenlijk moet ik zeggen onderkoningin, maar haar geslacht wordt nooit helemaal duidelijk. Een struis wezen, gehuld in rokken en andere gewaden. Een grijs dons bedekt haar hoofd en twee kraaltjes zijn haar ogen. Ze loopt krom en steunt op een stok en haar stem is een raspend gefluister. Je kunt zien dat hier sprake is van een zeer oud wezen.

Onderkoningin Geduld ontvangt ons gastvrij in haar sobere huis. We worden op een rafelige bank gezet en krijgen een kopje thee.

“Jullie zullen wel moe zijn na zo’n lange reis. Misschien kan ik maar beter tot morgen wachten met de verhalen die ik ga vertellen.”

Dankbaar volgen we Geduld naar boven als ze ons ons slaapvertrek laat zien. In een kleine kamer staan twee gigantische hemelbedden We nestelen ons ieder in een bed en voordat ook maar enige droom in de buurt is slapen we al. Zo’n slaap die je overvalt als je veel nieuwe indrukken te verwerken hebt gekregen. Een diepe slaap…

De volgende morgen worden we gewekt door moedertje Geduld. Als we beneden komen staat een goed gedekte tafel op ons te wachten. Hongerig vallen we aan.

Als we zijn uitgegeten nestelen we ons met een dampende mok koffie op de rafelige bank. Moedertje Geduld zit als een oude vrouw in de schommelstoel met haar breiwerk. Vreedzaam tikt een klok. Verder is het stil in het kleine huisje.

Dan begint moedertje Geduld met zachte maar heldere stem te vertellen.

“Dit land is de moeder aller begin. Alles is ooit begonnen. Daarvoor worden plannen gesmeed door Toeval en Natuur. Ze hebben beide hun grillen. Soms zitten ze elkaar alleen in de haren, omdat ze hun dag niet hebben. Toen Natuur de kamelen schiep was Toeval chagrijnig. Hij bespoot een aantal van de kamelen met roze verf. Hoe Natuur ook schrobde en boende, de dieren bleven roze. De roze kamelen durfden natuurlijk niet zo rond te lopen. Natuur besloot daarom om ze heel klein te maken, zodat ze niet al te veel op zouden vallen. Het leken nu net een paar misvormde varkens, maar dat was toch minder erg dan roze kamelen. Natuur had nu nog een appeltje te schillen met Toeval. Hij was kwaad dat zijn mederegent zo kinderachtig gedaan had. Hij wilde wel een verontschuldiging horen.
Maar Natuur kon Toeval nergens vinden en liep naar huis. Toeval had zich verstopt voor de boze bui van Natuur. Hij was in een baldadige bui en besloot nog eens een kijkje te gaan nemen bij de roze kamelen. Hij kwam toen op het geniale idee om ze nog kleiner te maken. Nu waren het geen misvormde varkens meer, maar een soort roze muizen. En hij droeg ze op zich ook zo te gedragen.
De roze kamelen kwamen zo op de wereld als een muizensoort. Ze nestelden zich achter het bloemetjesbehang van een groot landhuis. Ze voelden zich daar thuis. Maar op een gegeven moment bolde het behang wel heel erg op. Het huis werd te klein voor zo veel roze kamelen. Vanaf dat moment hebben de roze kamelen zich over de hele wereld verspreid. Ze huizen achter het behang en als het behang gaat bollen weet je dat er roze kamelen gaan verhuizen.
Je hoeft nooit bang te zijn voor het kloppen en schrapen, tikken en piepen ‘s nachts, want roze kamelen zijn hele vredelievende beestjes die niemand kwaad doen.”

Zo eindigde het verhaal over de roze kamelen, maar moedertje Geduld had nog veel meer te vertellen.

Print Friendly, PDF & Email