Boos trap ik tegen mijn voordeur. Tenminste.. Dit is toch mijn voordeur? Ik kijk naar het nummer naast de deur, yep, 40, dat is mijn huisnummer. Dan kijk ik naar het naambordje boven de brievenbus en ik verstijf. B. de Vries. Wie is dat, dat is niet mijn naam. Ik kijk om me heen, yep, alles ziet er net zo uit als altijd. Dit is mijn straat, mijn huisnummer, maar niet mijn naam. Wat gebeurt hier toch, wat is er gebeurd?

Ik ga op het stoepje voor de deur zitten en laat mijn hoofd op mijn handen rusten. Ik moet rustig blijven, diep adem halen, ik moet nadenken. Maar mijn hoofd bonkt en er spoken alleen maar vage beelden door mijn hoofd, ik kan er geen wijs uit worden.

Wat is het laatste dat ik mij echt kan herinneren voordat ik hier voor de deur erachter kwam dat mijn huissleutel niet meer op mijn voordeur past? Gisteravond, ja dat moet gisteravond geweest zijn, het was al donker toen ik de deur uitging. Ik had afgesproken met Ria, we gingen een drankje doen in De Molen. En toen, denk na, wat gebeurde er daarna.

Een tijdje zit ik daar met mijn hoofd in mijn handen en kan ik niets meer bedenken. Er komt geen enkel beeld meer voorbij, ik weet het niet meer. Ik til mijn hoofd op en zie naast me de voortuin. De voortuin met alle plantjes die ik in mei heb geplant. Ik ben niet gek, dit is echt mijn huis, maar waarom kan ik me niet bedenken wat er gebeurd is….

Wacht, ik zie nog een beeld. Het is ergens in de stad, een steegje, ik zie iemand op me af komen, het is Henk. Henk, wat doet die hier? Die woont hier helemaal niet meer, die is jaren geleden verhuisd, mij als een verliefd hoopje ellende achter latend. Henk was mijn grote liefde. Daarna heb ik eigenlijk naar geen enkele vent meer omgekeken. En nu ineens komt hij op me af lopen.

Denk na, wat gebeurde er toen? Even is mijn hoofd weer helemaal leeg, op het bonken van mijn hoofdpijn na. En dan ineens komt het allemaal terug. Ik haal diep adem, nee toch, dat heb ik niet gedaan.

Ik groette Henk met een warme glimlach, ik kon er niets aan doen, het hele gevoel kam meteen weer terug, ik was meteen weer dat verliefde kind dat niets anders kon doen dan stom naar hem glimlachen. Deze keer glimlacht hij echter terug en dus ben ik verkocht. We gaan samen wat drinken, ik heb nooit meer aan Ria gedacht, shit, dat moet ik nog een keer goedmaken.

Maar goed, zoals dat gaat belanden we bij hem in bed. Als ik ‘s nachts wakker word kijkt hij me bijna net zo verliefd aan als ik me voel en dan vraagt hij me, mij, om met hem te trouwen, om alles te vergeten wat er gebeurd is, er samen vandoor te gaan en de rest van ons leven samen te delen. Ja natuurlijk wil ik dat. We boeken midden in de nacht een vlucht naar Las Vegas voor de volgende ochtend en we doen het, we zijn gewoon getrouwd. Als we terug zijn verkoop ik mijn huis en trek ik bij hem in. Maar het sprookje duurt niet lang. We zijn uit elkaar gegroeid, we maken overal ruzie over. Gisteravond was weer zo’n avond die we alleen maar schreeuwend hebben doorgebracht. Op een gegeven moment ben ik de deur uit gerend en ik heb me bezat.

Al die beelden waren dus niet van gisteravond, ik woon hier al twee maanden niet meer. Ik sta op van het stoepje, werp nog een laatste blik op de mooie voortuin die nu niet meer van mij is en loop de straat uit, terug naar mijn nieuwe leven.

Print Friendly, PDF & Email