18 februari 1986, Leeuwarden

Omdat het vakantie was en er regen viel, draaide ik me nog een keer om, nadat ik op mijn wekker had gezien dat het pas kwart over 8 was. Jammer genoeg duurde deze rust niet lang, want na 5 minuten stond mijn zusje, Nicole, me wakker te schudden, terwijl ze riep: ‘ Word nou wakker, we hebben een huis’, en omdat ik niet van plan scheen te zijn om op te staan, tetterde ze dat laatste nog eens vlak bij mijn oor, zodat ik wel genoodzaakt was een teken van leven te geven.

Daarom stond ik zuchtend op, tot het eindelijk met een schok tot me doordrong , wat mijn zusje me al aan het verstand had proberen te brengen.

“Wat zei je?” vroeg ik daarom ongelovig.

“ Een huis, eindelijk een eigen huis,” herhaalde Nicole onverstoorbaar.

“ Hoe ziet het eruit? Waar is het? Heb je het al gezien? Is het mooi? Oh, vertel nou toch,” riep ik haar ongeduldig toe.

“ Het staat buiten Palmsville; het is een oud, degelijk en heel romantisch uitziend huis. Maar als je niet opschiet kun je het niet met eigen ogen zien, dus kom op. Over 5 minuten staat pa voor met de auto.” Ze liep de kamer uit.

Ik kan me niet herinneren me ooit zo snel te hebben aangekleed. We woonden nu al vier maanden bij oma, en het was een verschrikking. Een half jaar geleden waren we naar Duitsland geëmigreerd. Het ging allemaal goed, tot vader werkeloos werd, moeder ruzie kreeg met de buren en het bleek dat mijn zusje en ik niet mee konden komen op school. We zijn toen weer naar Engeland gekomen, maar konden niet meteen een nieuw huis vinden en gingen daarom bij mijn oma wonen. Ze is de moeder van mijn vader en zeer heerszuchtig, daarom leek een eigen huis een paradijs.

De reis verliep gezellig en lachend stapten we na een tijdje uit de auto. Ik ging alleen op onderzoek uit, maar moest wel beloven in de buurt te blijven. Het huis, een groot landhuis met een behoorlijk grote tuin, stond vlakbij het dorp Palmsville. Het zag er inderdaad uit alsof het zo van een plaatje kwam, want mijn zusje omschreef als ‘ romantisch’. Het was misschien voor ons vieren wat erg groot en er moest wel veel aan opgeknapt worden, maar ik was er direct weg van.

Terwijl ik door de verwilderde tuin liep, kon ik nog net op tijd stoppen, voordat ik tegen een grijnzend gezicht aanliep. Dit grijnzende gezicht behoorde toe aan een knappe jongen van een jaar of 18 met lichtbruine krullen en donkerbruine ogen, waarin ondeugende lichtjes vonkten. Hij was gekleed in een oude spijkerbroek, een paar afgetrapte gympen en de niet weg te denken oude sweater. Al was het qua kleding een gewone jongen, de ogen spraken dat in volle 100% tegen. Ik kon niet zeggen waarom, maar ik voelde me meteen tot deze jongen aangetrokken.

“Hello!” riep hij vrolijk.

“Hello,” zei ik enigszins uit het veld geslagen.

“Ik ben Steven,” zei hij terwijl hij me een stevige hand reikte.

“Sara,” zei ik, nog steeds niet helemaal op mijn gemak, terwijl ik zijn hand drukte.

In het gesprek dat hierop volgde kwam ik te weten dat Steven in Palmsville woonde, inderdaad 18 was, dat hij een broertje had die Matt heette en dat zijn vader makelaar was, de man van wie wij ons huis hadden gekocht. Op school was hij geen uitblinker, maar wel heel sportief. Toen ik terug mets, vroeg hij wanneer we elkaar weer zouden zien. Ik haalde mijn schouders op en rende terug.

Na vier weken verhuisden we. Het werd een dag met een sterretje. De volgende dag trok ik er met Nicole op uit. Onderweg kwamen we Steven en Matt tegen. Nadat we mijn zusje en zijn broertje hadden afgeschud, liepen Steven en ik hand in hand verder. Het werd een dag met twee sterretjes.

Pas nadat ik thuis was gekomen, werd mijn stemming bedrukt. “Nicole is nog niet thuis gekomen,” zei mijn moeder duidelijk ongerust toen ik binnen kwam. Het was kwart over zeven en echt niets voor mijn zusje om zo laat thuis te komen. Ik belde het telefoonnummer dat Steven me bij ons afscheid gegeven had. Van hem hoorde ik dat Matt ook niet thuis was gekomen. We spraken af om samen te gaan zoeken.

Na een broeiend hete dag begon het natuurlijk net die avond te onweren. Steven en ik zochten de hele buurt af, maar we vonden Nicole en Matt niet. Net toen we het wilden opgeven kreeg Steven een ingeving. Diep in onze tuin had ooit een hut gestaan. Met veel moeite bereikten we de hut, die was gebouwd in het ondoordringbare stuikgewas van een slecht onderhouden deel van onze tuin. Toen we de ladder van de hut waren opgeklommen zagen we in het licht van de zaklamp die Steven heel slim had meegenomen Nicole en Matt slapend in een hoekje van de gezellig ingerichte hut.

Zachtjes tilden we ieder een van beiden op en brachten ze naar ons huis. Ook Stevens’ s ouders waren naar het huis gekomen. Steven en ik kregen natuurlijk de huid vol gescholden dat we niet op ons broertje en zusje hadden gepast. Ik moest mij bed afstaan aan Matt omdat hij al sliep. Even later liepen Steven en ik achter zijn ouders aan naar Palmsville.

De volgende dag zag Steven niet erg veel. Pas vrijdagavond mochten we weer samen op pad. Toen Steven me vroeg wat ik er allemaal van vond, dacht ik ‘ ik heb er veel van geleerd’, maar ik zei alleen maar “Zo beleef je nog eens wat”.

THE END

Print Friendly, PDF & Email