Er was eens in een land hier ver vandaan, over de zilveren bergen, langs de lange rivier, door het grote bos, achter een grote stapel pannen een glimmend steelpannetje. Het steelpannetje stond in een keukenkastje weggestopt achter een grote stapel pannen in het paleis van de koning van West.

De koning had tot zijn grote verdriet maar één dochter. Hij had graag een zoon gekregen die hem kon opvolgen, maar nu moest hij door het moeilijke proces om een geschikte man te vinden voor zijn dochter, prinses Zwartlokje.

Prinses Zwartlokje was nu zeventien jaar en het was tijd geworden om op zoek te gaan naar een geschikte huwelijkskandidaat. De koning werd er niet jonger op en wist niet hoe lang hij zijn koninkrijk nog kon besturen. Hij stuurde zijn herauten naar alle naburige koninkrijken op zoek naar een lieve prins voor Zwartlokje. Een voor een kwamen de herauten terug met slecht nieuws. Nergens was een mooie, lieve prins te vinden die geschikt was om met Zwartlokje te trouwen.

De koning werd er wanhopig van en besloot een wandeling te maken door de mooie paleistuinen om na te denken. Misschien kreeg hij wel een briljante ingeving en vond hij de oplossing voor zijn probleem. Het was een mooie lentedag en de paleistuinen lagen er verzorgd en groen bij. Maar de koning kon niet echt van al die schoonheid genieten. In gedachten verzonken liep hij tussen de struiken en bloemen door.

Zwartlokje zag vanuit haar torenkamer de koning somber door de paleistuinen lopen. Ze wilde haar vader graag opvrolijken en besloot hem te verrassen met zijn lievelingsgerecht. Eigenlijk mocht ze helemaal niet in de keukens komen, want daar hoorde een prinses niet thuis. Maar, dacht Zwartlokje, dit is een uitzonderlijke situatie en papa zou het haar vast vergeven zodra hij haar kooksel proefde.

Opgetogen stormde ze de paleistrappen af naar de keuken. Gelukkig was de keukenmeid er niet om haar weg te jagen en kon ze ongestoord aan de slag. Ze dook de voorraadkamers in om alle ingrediënten bij elkaar te zoeken. Daarna ging ze op zoek naar een geschikte pan. Na lang zoeken vond ze in het keukenkastje achter een grote stapel met pannen het glimmende steelpannetje. Precies wat ik nodig heb, dacht ze. Ze hakt en snijdt en kookt en al heel snel is de keuken een grote troep. Maar daar trekt ze zich niets van aan.

Als ze klaar is dekt ze de enorme eettafel en laat een lakei haar vader roepen. De koning is verbaasd dat er een lakei naar hem toe komt om hem te vertellen dat zijn dochter een verrassing voor hem heeft en komt nieuwsgierig de eetkamer in lopen. Als hij zijn lievelingskostje, boerenkoolstamppot met rookworst, ziet gaat hij helemaal stralen, want dat krijgt een koning zelden te eten. Normaal is het toch allemaal wat chiquer en verfijnder wat er op tafel staat.

Terwijl hij zichtbaar geniet heeft de koning ineens een briljante ingeving. Nadat hij zijn bord heeft leeg gegeten gaat hij op zoek naar Zwartlokje om haar te vertellen wat hij bedacht heeft. Want eigenlijk is het toch helemaal niet nodig om een mannelijke opvolger te vinden als je zo’n slimme, lieve dochter hebt als hij. En een koningin is misschien nog wel beter voor het koninkrijk, want zij kan vast beter inschatten wat de onderdanen nodig hebben. Vrouwen hebben daar nu eenmaal een neus voor, denkt de koning bij zichzelf.

Inmiddels is de keukenmeid terug van haar dagelijkse boodschappenrondje. Ze vindt een enorme bende in de keuken en begint zuchtend op te ruimen. Werkelijk waar alles is vies, behalve dat glimmende steelpannetje op het aanrecht. Vreemd dat er zo’n schone en glimmende pan tussen al die troep staat. Schouderophalend zet de keukenmeid het pannetje terug in het keukenkastje achter de stapel met pannen waar het hoort. Lijkt het nou alsof het steelpannetje glimlacht? Ach nee, dat zal de lichtval wel geweest zijn.

Print Friendly, PDF & Email