Amsterdam noemt haar bezoekers liefkozend ‘ toeri’s’. Ze voelt haar moederhart sneller kloppen als ze deze onbeholpen wezens in haar centrum ziet rondscharrelen.

Toeri’s zijn makkelijk te herkennen. Het maakt eigenlijk niet uit of ze Duits, Spaans, Italiaans of Amerikaans van origine zijn, de kenmerken van een echte toeri hebben ze allemaal.

Toeri’s zijn bijvoorbeeld die mensen die een rij ophouden in elke willekeurige winkel in Amsterdam, omdat ze niet kunnen kiezen wat ze willen of omdat ze niet kunnen benoemen wat ze willen of omdat ze het Nederlandse geld niet snappen.

Toeri’s zijn ook die mensen die op een knalgele fiets van Mac Bike hun leven wagen in de binnenstad. Mac Bike heeft zijn fietsen expres knalgeel gemaakt om de Amsterdammers te waarschuwen dat er een horde toeri’s aankomt die absoluut niet kan fietsen. De fietsen schreeuwen ons als het ware PAS OP toe.

Toeri’s zijn ook die mensen die midden op een druk kruispunt stil gaan staan, met engelengeduld hun kaart van Amsterdam uitvouwen, hoe hard het ook waait, en vervolgens heel rustig gaan kijken waar ze zich op dat moment bevinden en waar ze heen willen en hoe daar te komen, zonder zich ook nmaar iets aan te trekken van het gevloek en getier van het verkeer om hen heen.

Toeri’s zijn ook die mensen die te allen tijde vinden dat wij Amsterdammers hun taal behoren te spreken.

Toch houdt Amsterdam van haar toeri’s. Zij kan met een trotse en vertederde glimlach kijken naar de bewondering van de toeri’s voor de schoonheid van onze stad. Deze bewondering spreekt uit de open minde van de toeri’s als ze naar het Rijksmuseum staren en uit de duizenden foto’s die zij maken op bruggen en pleinen, van fietsen en huizen, van woonboten en coffee shops.

Ach, wat zijn ze schattig, onze onbeholpen toeri’s.

Amsterdam, 16 mei 1995

Print Friendly, PDF & Email